Boerderij en erf AV

advies | tarieven | eigenaren | boerenerven | opstallen | landarbeidershuisjes | restauraties

Help - Ook mijn pand wordt een monument.

Vraag: Waarom is mijn pand zo bijzonder, dat het een monument moet worden?
Antwoord: Dat staat in de redengevende omschrijving. Dat is de basis voor de bescherming van het pand.

 

Vraag: Ik onderhoud mijn pand toch wel goed. Daarvoor is toch geen aanwijzing tot monument nodig?
Antwoord: De overheid (rijk of gemeente) ziet in uw pand een waardevol voorbeeld van historische bouwkunst. Het heeft een meerwaarde ten opzichte van andere panden. Door de aanwijzing tot monument komt er een zekere vorm van bescherming, ook na het vertrek van de huidige eigenaar.

 

Vraag: Mijn pand zal misschien worden aangewezen als monument. Het wordt me allemaal te ingewikkeld. Kan ik hier buiten blijven?
Antwoord: Nee, hier is geen sprake van vrijwilligheid. Er is wel een bezwaar- en beroepsmogelijkheid na de aanwijzing. De extra beperkingen die voor een aangewezen monument gelden zijn ten opzichte van de bestaande voorwaarden niet zoveel meer. Alleen de sloop van een monumentenpand is vrijwel uitgesloten. Het maatschappelijk belang van de monumentenzorg wordt afgewogen tegen uw privé belang als eigenaar.

 

Vraag: Kun je ooit weer van de aanwijzing tot monument af, bijvoorbeeld wanneer je verkregen subsidies terugbetaalt?
Antwoord: Nee. Alleen de instantie die het pand als monument heeft aangewezen kan de monumentstatus te niet doen. Maar dan moeten er wel erg zwaarwegende argumenten voor zijn.

 

Vraag: Er wordt vaak gezegd dat het nadelig is als je pand een monument is. Wat zijn die nadelen ?
Antwoord: Een vaak gehoord nadeel is ‘je mag niets meer’, maar dat is niet waar. Er mag veranderd worden, maar wel met oog voor de historische kwaliteit. De overheid (rijk en gemeente) streeft naar maatwerk en zal bij problemen met alternatieve voorstellen komen. Bij ingrijpende plannen aan een rijksmonument wordt de aanvraagprocedure langer. Bij eenvoudige veranderingen en onderhoud aan een rijksmonument en bij een gemeentelijk monument is de procedure niet langer. Soms kunnen de bouwkosten hoger uitvallen. Daar staat tegenover dat er mogelijkheden zijn voor financiële ondersteuning (subsidies, laagrentende lening, belastingaftrek) die bedoeld is als stimulans voor de instandhouding en als (gedeeltelijke) compensatie van de meerkosten t.o.v. een niet-monument.

 

Vraag: Wordt door de monumentenstatus een pand moeilijker verkoopbaar?
Antwoord: Dat geldt zeker niet altijd. Uit gegevens van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) en uit een rapport van de Vrije Universiteit blijkt dat de waarde van een monument eerder stijgt dan daalt. Makelaars adverteren er juist mee. Mensen die een boerderij kopen, zoeken vaak juist naar authenticiteit. Bij vrijkomende boerderijen is woningsplitsing bij monumenten vaak gemakkelijker te realiseren dan bij niet-monumenten.

 

Vraag: Hoe weet ik of mijn pand, of het pand dat ik wil kopen, een monument is?
Antwoord: Dat staat in het kadastraal register en in de eigendomsakte. Ook de gemeente kan u dat vertellen.

 

Vraag: Ik heb van de gemeente bericht gehad dat mijn boerderij cultuurhistorische waarde heeft, dat ik er niets aan mag veranderen, dat er geen subsidie mogelijk is en dat bezwaar niet geaccepteerd zou worden. Kan dat zomaar?
Antwoord: Het hangt bij een gemeentelijke monumentenlijst heel erg van de gemeente af. De gemeentelijke monumenten- en subsidieverordening kunnen per gemeente sterk verschillen. Sommige verlenen subsidie, andere niet. De aanwijzing tot monument is een besluit en tegen dit besluit is altijd bezwaar en beroep mogelijk. Het is natuurlijk wel de vraag of er voldoende geldige tegenargumenten aanwezig zijn.

 

Vraag: De overheid gebruikt bij de plaatsing op een monumentenlijst de financiële steun als lokkertje. Garandeert de overheid dat dit geld ook beschikbaar is, nu en in de toekomst?
Antwoord: Nee, die garantie is niet te geven. Bij veel subsidieaanvragen wordt geselecteerd of naar evenredigheid verdeeld. Ook kan het betaaljaar van de subsidie ver in de toekomst liggen. De hoogte van de beschikbare subsidie is afhankelijk van politieke factoren, en dus niet te garanderen. Na een bezuinigingsronde kan de subsidiemogelijkheid ook verdwijnen.

 

Vraag: Schept de aanwijzing tot monument nog verplichtingen zoals openstelling op de open monumentendag?
Antwoord: Nee, openstelling op de open monumentendag gebeurt op basis van vrijwilligheid en in overleg.

 

Vraag: Is een bouwtechnisch onderzoek voorafgaand aan de aanwijzing tot monument eenmalig of wordt dat van tijd tot tijd herhaald?
Antwoord: Bij de aanwijzing tot monument gebeurt dit doorgaans eenmalig, en alleen als er reden voor is. Veel monumenteneigenaars hebben een abonnement op de Monumentenwacht die eenmaal per twee jaar inspecteert en rapporteert over de staat van onderhoud.

 

Vraag: Hoe is de relatie tussen gemeentelijke en rijksmonumenten? Is er concurrentie, kan een gemeentelijk monument een rijksmonument worden?

Antwoord: Een gemeentelijk monument kan wel rijksmonument worden, maar andersom niet. Een monument kan niet beide zijn. De gemeente zal het pand van de gemeentelijke lijst afvoeren wanneer het rijksmonument wordt. Dat moet vermeld staan in de gemeentelijke monumentenverordening. Voor rijksmonumenten worden andere criteria gehanteerd dan voor gemeentelijke monumenten. Het is wel mogelijk dat op het erf van een rijksmonumentale boerderij een authentieke schuur staat die niet is opgenomen in de redengevende omschrijving van de objectendatabank (ODB). Die schuur kan dan wel gemeentelijk monument worden

Vergunningen

Vraag: Moet er voor iedere inwendige en uitwendige verandering een monumentenvergunning worden aangevraagd?
Antwoord: Voor schilderwerk in dezelfde kleur niet, maar voor een dakkapel weer wel. Maar daarvoor moet ook bij niet-monumenten meestal een vergunning en een welstandsadvies worden aangevraagd. In het algemeen gaat het om ingrepen die het pand veranderen. Er blijft een grijs gebied bestaan tussen onderhoud en restauratie. Overleg altijd met de monumentenambtenaar van uw gemeente.

 

Vraag: Hoeveel tijd is er gemoeid met het aanvragen van een monumentenvergunning, zijn dat weken, maanden of jaren?
Antwoord: In elk geval geen jaren, maar wel maanden. Voor ingrijpende plannen bij een rijksmonument geldt de uitgebreide procedure van 26 weken. Voor minder ingrijpende plannen bij rijksmonumenten en bij alle plannen voor gemeentelijke monumenten geldt de reguliere procedure van acht weken. Dat is niet langer dan bij een niet-monument. Het betekent in de praktijk dat de eigenaar van een monument bij restauratie planmatig te werk moet gaan.

 

Vraag: Let de welstandscommissie ook op als er rondom mijn monumentale boerderij volop nieuwbouw wordt neergezet?
Antwoord: Ja, in principe wel. In de huidige visie op welstand wordt gepleit voor meer aandacht voor de relatie tussen een pand en zijn omgeving, zowel gebouwd als onbebouwd. Ook de regionale diversiteit en het karakter van het landelijk gebied wordt steeds belangrijker. Dat betekent dat de bouw van cataloguswoningen in witte baksteen (de ‘witte schimmel’) in oude boerderijlinten wordt afgeraden.

Subsidies

Vraag: In het verleden is er iemand van de gemeente geweest om te kijken naar de gebreken aan mijn monument. Nu ik wil restaureren, zeggen ze dat er geen geld voor is. Hoe kan dat?
Antwoord: Wanneer u concrete restauratieplannen hebt, overlegt u dit in een vroeg stadium met de monumentenambtenaar in uw gemeente. Hij kan u assisteren met een planmatige aanpak. Wanneer uw plannen haalbaar zijn, en voldoende uitgewerkt, kunt u een aanvraag indienen voor een subsidie, een laagrentende lening of belastingaftrek.

 

Vraag: Valt herstel van iets dat er oorspronkelijk aanwezig was, maar nu is verdwenen ook onder de restauratiesubsidieregeling, bijvoorbeeld een buitentrap voor een hoge voordeur?
Antwoord: Op die vraag bestaat geen standaardantwoord. In de huidige visie op restaureren wordt heel voorzichtig omgegaan met reconstructies. Het is niet noodzakelijk om alle veranderingen uit de laatste eeuwen weer ongedaan te maken. De historie, groei en ontwikkeling van een pand mogen best herkenbaar zijn. Als uit oude foto's de aanwezigheid van de trap blijkt, is het bespreekbaar.

 

Vraag: Ik heb een rieten dak. Zijn er subsidies mogelijk voor onderhoud en vernieuwing?
Antwoord: Dat is afhankelijk van een groot aantal factoren. 
Als het pand een rijksmonument is, is onderhoud en vernieuwing van het rieten dak een aftrekpost voor de fiscus. Als het om grote bedragen gaat is het mogelijk om een laagrentende lening aan te vragen.
Bij boerderijen, die rijksmonument zijn, is onderhoud van bestaand riet en vernieuwing van een klein deel subsidiabel via de Brim regeling. Het subsidiepercentage is 50% met een maximum, wat is gebaseerd op de herbouwwaarde van de opstalverzekering. In de loop der jaren zijn de subsidiemogelijkheden steeds gewijzigd, klik hier voor de nieuwste regelgeving voor subsidiemogelijkheden bij rieten daken.

Bij gemeentelijke monumenten geldt de eventuele gemeentelijke subsidie die van plaats tot plaats zal verschillen. Zowel substantiële gemeentelijke bijdragen als symbolische stimuleringsbijdragen komen voor. De laatste jaren zijn de meeste gemeentelijke subsidies wegbezuinigd.

Eigenaren van gemeentelijke monumenten en beeldbepalende panden in beschermde dorpsgezichten kunnen een via de gemeente een laagrentende lening afsluiten bij het Cultuurfonds voor Monumenten.

Ook enkele gemeenten stellen geld beschikbaar voor rieten daken, ook van niet-monumenten en beeldbepalende panden. Het is daarom altijd aan te raden om contact op te nemen met de gemeentelijke monumentenambtenaar. Hij weet wat er in die gemeente mogelijk is, en hij kent de actuele situatie. Bovendien krijgt hij zo enig inzicht in de behoefte aan subsidies voor rieten daken.

 

Vraag: Krijg ik pas geld als alle werkzaamheden klaar zijn, of kan ik een voorschot krijgen?
Antwoord: De voorwaarden per subsidiegever kunnen verschillen. Als er een mogelijkheid is van een voorschot, staat dat in de subsidietoekenning of in de subsidieverordening.

 

Vraag: Hoe zit het met de isolaties? Boerderijen hebben hoge stookkosten, terwijl de overheid een hoog verbruik ontmoedigt. Zo worden we aan twee kanten gepakt. Is er subsidie op isolaties?
Antwoord: Isolerende maatregelen worden niet gesubsidieerd door subsidieverordeningen voor restauratie voor monumenten. Hiervoor bestaan wel andere stimuleringspremies, die gelden voor zowel monumenten als niet-monumenten.
Als een dak geheel vernieuwd moet worden en tevens geïsoleerd, dan valt vernieuwing van het dak zoals dat oorspronkelijk aanwezig was wel onder de restauratiesubsidie. In deze situatie moet er wel voor worden gewaakt dat de isolatie geen inbreuk doet op de monumentale waarde van het dak. Een geïsoleerd rieten dak uitgevoerd als schroefdak is in de meeste gevallen toegestaan.

Ook zal bij een monument dubbel glas niet of alleen onder strikte voorwaarden worden geaccepteerd. Achterzetramen aan de binnenzijde van het kozijn zijn meestal wel toegestaan.

 

Vraag: Is erfbeplanting ook opgenomen in de subsidieregeling bij monumenten?
Antwoord: De structuur van een tuin kan in de redengevende beschrijving van een monument opgenomen worden. Dan is bij een monument in principe ook subsidie mogelijk voor restauratie.
Verder zijn er incidenteel projecten die worden gecoördineerd door Landschapsbeheer, zoals het project ‘maak je erf goed’. Ook deze regeling is niet beperkt tot monumenten alleen.

 

Vraag: Ben je verplicht om onderhoud aan een monument uit te voeren? 
Antwoord: Nee, eigenlijk niet. Alleen wanneer een rijksmonument met subsidie is gerestaureerd bestaat de verplichting tot regulier onderhoud. Nalatigheid van de eigenaar mag niet worden beloond door hoge bedragen voor restauratiesubsidies. Regulier en planmatig onderhoud is altijd goedkoper dan een grootschalige restauratie, waarbij veel achterstallig onderhoud moet worden weggewerkt. Let op dat passief verwaarlozen strafbaar kan worden gesteld.